Door verder te klikken op onze website, accepteer je cookies en vergelijkbare technieken. 

| Meer informatie

Sluiten
https://www.handjehelpen.nl/vrijwilligerswerk/informatie/specifieke-maatjes/ervaringen-met-nah/_499____NL

Theo en Jorieke

Maatje worden: kleine daad, groot resultaat!

“Een Miele, er is geen betere!” zegt Theo met een brede lach en hij knipoogt naar zijn maatje, Jorieke. Al vier jaar lang zwemmen ze éénmaal per drie weken samen in het revalidatiebad van De Hoogstraat in Utrecht. Als gevolg van een hersenbloeding heeft hij behoorlijk wat letsel opgelopen en zit hij in een rolstoel. Hij behoort tot de groep mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

Jorieke (30 jaar) heeft een fulltime baan en een druk sociaal leven. Als ik mijn verbazing uitspreek over het feit dat ze daarnaast óók nog vrijwilligerswerk doet, begint ze te lachen. “Weet je, ik bedacht op enig moment dat ik almaar leuke dingen voor mezelf aan het doen was en dat ik eigenlijk niet echt iets deed voor een ander. Ik heb vriendinnen en collega’s die voor hun ouders zorgen of voor een zieke buurvrouw, maar zelfs dat hoef ik niet te doen. Tja, en toen dát tot me doordrong, was het eigenlijk een heel kleine stap om me aan te melden als vrijwilliger. Tijdens het zoeken, viel mijn oog op een advertentie van Handjehelpen. Een duidelijk afgebakende taak die mij leuk leek en die in te passen viel in mijn leven. Het is eigenlijk zo iets kleins wat ik doe, maar ik krijg er zo veel voor terug!”

Theo en zijn vrouw Mèryam beginnen beiden te glimlachen. “Je doet dan misschien wel iets kleins, maar je bent zó waardevol voor Theo, en ook voor mij. En het klikte ook meteen hè, bij de kennismaking”, zegt Mèryam. “Dat was overigens ook het moment dat ik dacht: waarom hebben we hier zo lang mee gewacht?“ Mèryam kijkt bijna verontschuldigend naar mij en zegt: “Het is zo‘n grote stap om een vrijwilligersorganisatie te bellen en te vragen om hulp! Ik vond dat zó moeilijk… ik vond dat ik het allemaal maar zelf moest kunnen en doen. Nu zou ik tegen elke mantelzorger willen zeggen: Doe het nu! Want daardoor heb je ook weer tijd om zelf iets leuks te doen en kun je de zorg veel beter volhouden.”

Theo vond het best een beetje spannend. “Wat voor een vrouw zou het zijn? Hoe zou dat samen zwemmen gaan? Maar het is zo gezellig met haar en ik vertrouw haar volkomen. Mooi dat ze me nog nooit kopje onder heeft laten gaan! En ik heb tijdens het zwemmen ook nog de kans om haar de moppen te vertellen die ik die week op de dagopvang heb gehoord. Dus we lachen samen heel wat af.”

Kees en Alex

We lachen heel wat af

"Ik heb nu ruim een half jaar NAH-ervaring met Kees, mijn hulpvrager.

Ons contact is tot wederzijds genoegen. Denk dat dit de belangrijkste voorwaarde is. Er moet wel een beetje chemie zijn. Inlevingsvermogen alleen lijkt mij onvoldoende, er moeten ook wat raakvlakken en gedeelde interesses zijn.

Ik denk dat de hulpvrager met een hersenletsel dikwijls eniger mate in een isolement leeft. Kees, bijvoorbeeld, accepteert alle goede voorzieningen en professionele hulp in genade, maar het blijft ook een soort noodzakelijk kwaad. En ik ben er wekelijks speciaal voor hèm. Ook al zou ik maar 10 minuten blijven, dan is de rest van zijn dag al weer goed. Hij kijkt naar mijn bezoekjes uit en als ik langere tijd vanwege een vakantietrip verhinderd ben, stuur ik hem ansichtkaarten met een tekstje. Twee weken geleden, toen ik hem na een lange periode weer voor het eerst zag, zei hij: "Ik heb zo veel kaarten van je gehad, ik denk wel 50 (hij overdrijft van alles en nog wat in tienvoud), het lijkt wel of je niet weg bent geweest!" Nou, dat noem ik nog eens genieten.

Ik bezoek Kees dus wekelijks, in principe op een vast tijdstip. We praten wat bij op zijn appartement of trekken er op uit. Dat laatste heeft zijn voorkeur, want die muren van zijn kamer kent-ie zo langzamerhand wel. De seances duren ongeveer een uur of zo veel langer als zijn capaciteit dat toestaat.

Er ligt altijd een insult op de loer du moment dat-ie zich te druk maakt en/of gigantisch uit de bocht vliegt. Ik laat hem in eerste instantie zo veel mogelijk zelf aan het woord, maar neem het van hem over als de vermoeidheid dreigt toe te slaan en hij in zijn eigen fantasiewereld dreigt vast te lopen. Ik verander dan soepeltjes van onderwerp, maar wel één dat ook zijn interesse heeft en hij schakelt min of meer over naar aandachtig luisteren. Wat hierbij zeer behulpzaam is dat hij gevoel voor humor heeft en een beter medicijn...

 Zodra je nl. iets benoemd (bijv. mijn ziekenhuisverblijf in Frankrijk) dat aan zijn belevingswereld refereert komt-ie met een sterk uitvergroot verhaal over zijn ervaringen. Dan kan het zo maar gebeuren dat Rob binnen een etmaal drie hospitalen (Erasmus, Radbout en nog één in Duitsland) van binnen heeft gezien. Ik lach mij dan van binnen rot (goeie, gratis conference), laat daar uiteraard niks van blijken, ga dan nog een klein stukje in zijn verhaal mee en verander van onderwerp.

Ik moet bij dit alles opmerken dat Kees, (des)ondanks de verwarring in zijn bovenkamer, potentieel erg slim is. Een regelmatig door hem aangedragen thema is (en dat zegt-ie dan met een brede smile) dat hij zich gelukkig mag prijzen dat-ie zo veel ellende heeft meegemaakt. Hierdoor is hij zo van allerlei ogenschijnlijk kleine dingen gaan genieten!
Je snapt dat ik mij helemaal op mijn plek voel bij Kees."

Alex

Sitemap | Privacyreglement | Disclaimer | Website door CM Specialist