Logo Handje Helpen
categorieen
19 juni 2026

Handjehelpen en de Kap ontwikkelen stages

Handjehelpen coacht organisaties bij de opzet
Handjehelpen en de Kap ontwikkelen stages

Als toekomstige zorg- en welzijnsprofessionals stage lopen in de informele zorg, dan worden alle partijen daar beter van: informele en formele zorgorganisaties, opleidingen, studenten en hulpvragers. Ilse Koot van Handjehelpen coacht organisaties die stages in de informele zorg willen opzetten.

In de nazomer van 2023 kwam Ilse Koot van het stagebureau van Handjehelpen voor het eerst bij de Kap in Apeldoorn over de vloer. Beide organisaties koppelen mensen in een kwetsbare positie aan vrijwilligers. De Kap zag de leeftijd van de vrijwilligers oplopen en wilde graag meer met stagiairs gaan werken. ‘In de beginperiode richtten we ons op drie vragen’, blikt ze terug: ‘Met welke studenten willen we werken? Welke hulpvragen die bij de Kap binnenkomen zijn geschikt voor stages? En hoe richten we het stagebeleid in?’

Stap voor stap uitbreiden

Voordat de samenwerking met Handjehelpen begon, bood de Kap al wel enkele stageplaatsen, vertelt stagecoördinator Eleonora Souissa. ‘Dat waren eerste- en tweedejaarsstudenten mbo sociaal werk. Sinds de samenwerking met Handjehelpen is het aantal studenten stap voor stap uitgebreid naar zo’n twintig studenten per schooljaar. We werken nu ook met een derdejaarsstudent, die – net als medewerkers van de Kap – coördinerende taken oppakt.’ De gestage groei is volgens Souissa zeker een gevolg van de goede samenwerking met Handjehelpen: ‘We hebben wekelijks contact om casussen te bespreken en onze visie op de begeleiding steeds verder aan te scherpen. Dat helpt om de stages door te ontwikkelen en nog beter aan te laten sluiten bij de praktijk en de opleiding.’

Contact met hbo-instellingen

Het antwoord op de eerste vraag luidde verder dat er behalve meer studenten ook andere studenten welkom zijn: inmiddels biedt de Kap ook stages aan hbo-studenten social work en pedagogiek. Koot: ‘Vanuit Handjehelpen hebben we op veel plekken in het land contacten met de hbo-instellingen, en dat kwam hier ook goed van pas.’ Bij Handjehelpen is er kennis over de opgaven waar de opleidingen mee te maken hebben en bovendien weten ze hoe de stagiairs kunnen werken aan de beoogde leeruitkomsten. Die kennis helpt om samen met de opleiding op te kunnen lopen.

Verschillende hulpvragen

In het verlengde hiervan ligt het antwoord op de tweede vraag: welke hulpvragen passend zijn voor stages. De Kap biedt onder andere praktische ondersteuning, bijvoorbeeld vervoersmaatjes of hulp bij tuinieren. Maar voor stages kiezen ze bewust voor hulpvragen met meer complexiteit, legt Souissa uit: ‘Studenten koppelen we aan hulpvragen waarbij het goed is om theoretisch onderlegde stagiairs in te zetten.’ De stagiairs zijn dus meer dan enkel een aanvulling op het vrijwilligersbestand, vult Koot aan.

Begeleiding

Het bestaande stagebeleid van de Kap zat al goed doortimmerd in elkaar, dus de derde vraag was relatief eenvoudig te beantwoorden. Het is belangrijk dat er altijd een hbo-opgeleide begeleider beschikbaar is voor de stagiairs: ‘De stagebegeleider is een professionele sparringpartner’, stelt Koot, ‘en daar horen ook het beoordelen van stageverslagen en het voeren van voortgangsgesprekken bij.’ De begeleiding per stagiair vraagt meer tijd dan bij vrijwilligers. Tegelijkertijd is de inzet breder: stagiairs begeleiden gemiddeld vier tot vijf hulpvragers, vrijwilligers richten zich meestal op één persoon. Souissa voegt eraan toe dat er duidelijk twee pieken in het jaar zijn: ‘Aan de start van stageperiodes, in februari en september ben ik er ongeveer twaalf uur per week mee bezig. Op papier heb ik acht uur per week voor de stagebegeleiding, en over een heel jaar genomen is dat genoeg.’ 

Vooroordelen

Hiermee komt het gesprek op de zaken waarmee andere organisaties die ook stages in de informele zorg willen organiseren, rekening te houden hebben. Koot noemt dat ze wel eens merkt dat er vooroordelen heersen over studenten. ‘Generatie Z is liever lui dan moe, dat hoor ik wel eens van hulpvragers en van coördinatoren. Het is daarom belangrijk om te starten met enthousiaste collega’s, om succeservaringen op te doen. Het is een veranderingsproces waar we samen inzitten. We zetten samen iets op waar iedereen van leert.’ 

Ketenstage

Koot is van mening dat een breed scala aan organisaties stages in de informele zorg kan organiseren. Naast de ‘klassieke’ vrijwilligersorganisaties valt bijvoorbeeld te denken aan wijkteams. Handjehelpen is initiatiefnemer van ketenstages, vertelt ze ook. ‘Daarbij doen studenten verpleegkunde of sociaal werk binnen één stageperiode ervaring op bij een formele en een informele zorgorganisatie.’ Bij de Kap is er inmiddels ook een ketenstagiair aan de slag, vult Souissa aan. ‘Zij is twintig uur per week als wijkverpleegkundige aan de slag en vier uur per week vanuit de Kap bij verschillende hulpvragers thuis.’ Stagairs hebben op deze manier de kans om de hulpvrager en diens leven beter te leren kennen. In plaats van tien minuten om de steunkousen aan te trekken, heeft de stagiair nu elke week twee uur de tijd. Dat biedt bijvoorbeeld de kans om meneer toe te leiden naar informele mogelijkheden in zijn wijk. 

Inzichten meenemen

In die uren zien stagiairs bovendien van heel dichtbij hoe het is om te leven met een chronische ziekte of beperking en welke impact dat de hele dag door heeft, voor de hulpvrager en de mantelzorger die soms 24 uur per dag aan moet staan. Al die inzichten nemen de stagiairs mee als ze straks professional zijn. Op termijn wil de Kap de ketenstages graag uitbreiden, gezien het positieve effect op de samenwerking tussen formele en informele zorg. Souissa: ‘Deze stagiaire kwam met een van de hulpvragers op het idee dat die wellicht baat zou kunnen hebben bij activiteiten in het buurthuis. Daar zijn ze toen een keer samen heen gegaan. Behalve voor de hulpvrager is dit ook een verrijking voor de stagiair. Die is zich bewust geworden van hoe uitgebreid de sociale kaart is. Zij kijkt voortaan echt verder dan de formele dagbesteding en ambulante begeleiding.’

Groepsactiviteiten

Stages in de informele zorg hoeven bovendien niet per se een-op-een. Dat is vaak wel waar mensen in eerste instantie aan denken, merkt Koot. ‘Maar je kunt bijvoorbeeld ook een informele stage doen bij groepsactiviteiten zoals in het buurthuis of in het speeltuinwerk. Vaak denken organisaties in eerste instantie dat het niet bij ze past. Maar als we vervolgens in gesprek raken, zijn er best mogelijkheden.’

Beeld laten kantelen

Tot slot komen nog de voordelen voor de opleidingen én het werkveld van de formele en informele zorg aan de orde. Gezien de toenemende personeelstekorten, vormen de informele stages volgens Souissa een kansrijke manier om te (laten) zien hoe ontzettend waardevol de informele zorg is. Specifiek voor de opleidingen geldt het voordeel dat het extra stageplekken oplevert. De informele zorg leren kennen is tegenwoordig bovendien onderdeel van het landelijke opleidingsprofiel van Social Work. Deze stages helpen om de daarbij beoogde leeruitkomsten te halen. De stages die door stagebureaus georganiseerd worden zijn ook nog eens kwalitatief hoogwaardig, besluit Koot: ‘Stagiairs mogen zelfstandig op pad en kunnen zonder strikte doelen voor de hulpvragers ontdekken wat hen ligt. De cultuur voor de stagiairs is bij ons heel goed.’

Neem voor meer informatie contact op met Ilse Koot, stagecoördinator Handjehelpen, via 06 - 82 17 01 08 of ikoot@handjehelpen.nl

Op de foto: Links Eleonora Souissa (de Kap) - rechts Ilse Koot (Handjehelpen)

Bron: Website Meer en Anders Vrijwilligen van VrijwilligerswerkNL

 Terug