Logo Handje Helpen
categorieen

Maatjeskoppel Corry en Ferry

'Wij hebben aan een half woord genoeg'
Maatjeskoppel Corry en Ferry

Wie Ferry (75) en Corry (61) ontmoet, ziet het meteen: hier zitten twee mensen die het goed met elkaar kunnen vinden. Ze hebben dezelfde humor, plagen elkaar en vullen moeiteloos elkaars zinnen aan. De klik spat ervan af. “Wij hebben aan een half woord genoeg,” zegt Corry. Ferry knikt instemmend: “Ja, dat is echt zo.” Sinds een half jaar zijn ze maatjes, gekoppeld door Handjehelpen.

Corry meldde zich aan als vrijwilliger, maar hun contact voelde al vanaf het begin volledig gelijkwaardig. Ferry: “We zijn er voor elkaar. Het is niet de één die voor de ander moet zorgen. Het voelt gewoon gelijk.”

We begrijpen elkaar
Zowel Ferry als Corry hebben door NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) met beperkingen te maken, al dat uit zich op andere manieren. Corry heeft afasie na een hersenbloeding, elf jaar geleden. Soms zoekt ze naar woorden, maar Ferry weet precies wat ze bedoelt. “Ik heb een herseninfarct gehad. We hebben andere klachten, maar we begrijpen elkaar goed,” zegt hij. “Ik vergeet weleens dingen of maak te veel afspraken op één dag. En dat trek ik dan niet qua energie. Maar een afspraak met Corry? Die zeg ik nooit af!”

"Een afspraak met Corry? Die zeg ik nooit af!”

Hoe het begon
Handjehelpen coördinator Rianne Malhoe bracht hen een half jaar geleden bij elkaar. “Rianne kwam mee tijdens de kennismaking,” vertelt Ferry. “En de week erna gingen we al op stap.” Corry: “Gelijk doorgepakt. Hup, zo samen langs de Vecht. Was echt een topdag.” Sindsdien trekken ze er vaak op uit, beiden op de scootmobiel. Meestal samen, maar soms gaat ook Ferry’s dochter mee. “Zodra het mooi weer is, gaan we op pad,” zegt Ferry. “Naar de markt, een muziekfestival, of lekker langs de Vecht. We vinden dezelfde dingen leuk.”

De klik is zo belangrijk!
Corry vertelt dat ze eerder vrijwilliger was voor een hulpvrager die helaas naar een verpleeghuis moest, waardoor die koppeling stopte. Niet veel later belde Rianne haar opnieuw. “Die wist nog wel iemand,” vertelt Corry. Dat werd Ferry. De match kwam voor haar als een verrassing. “Rianne zei: ik heb iemand gevonden, een man van vijfenzeventig. In eerste instantie dacht ik: huh? Maar toen ik hem zag dacht ik meteen: kom maar. Laat maar kijken.” Inmiddels kan ze erom lachen. “Je denkt snel: zo’n ouwe oma of opa, maar dat slaat nergens op. Het gaat om de klik. En die was er meteen.” “Ja,” lacht Ferry, “en daar was ik…” Over het belang van vrijwilligerswerk is Corry helder: “Niet twijfelen. Gewoon je aanmelden. Ik ben meer dan mijn beperking en wilde zelf meer betekenen. Ik kan helpen. Ik voel me nuttig.”

Veel minder eenzaam
Ferry vertelt openhartig dat hij vóór de match weinig ondernam. “Ik deed niks meer, zat veel alleen thuis. En dat is nu wel anders. Daar heeft Corry voor gezorgd.” Samen op stap gaan is een vast ritueel geworden, vooral op donderdagmiddag: dan trekken ze naar het dorpshuis om te tekenen. “Ik heb zo’n groot schetsboek gekocht,” zegt Ferry. “Ik heb een idee in m’n hoofd, iets wat ik wil tekenen.” Corry lacht. “Ja, Ferry kan echt mooi tekenen. Ik niet hoor… maar ja.” Ferry protesteert even, wil zeggen dat hij het inventief vindt hoe zij het aanpakt, maar Corry schudt resoluut haar hoofd. “Ik ben rechtshandig,” zegt ze, wijzend naar haar aangedane arm. “Maar nu moet alles met links. Best lastig.” Corry lacht dan en geeft toe dat ze eigenlijk totaal geen geduld heeft. “Behalve voor mij dan,” voegt Ferry er grijnzend aan toe.

"Ik deed niks meer, zat veel alleen thuis. En dat is nu wel anders. Daar heeft Corry voor gezorgd."

Zomerplannen 
De twee hebben samen al veel meegemaakt. Een van hun favoriete verhalen speelt zich af langs de Vecht. “Het ging keihard onweren,” vertelt Corry. “Wij werden zeiknat. Gelukkig riepen er mensen dat we binnen mochten schuilen.” Omdat ze beiden niet goed kunnen lopen, reden ze zo, met scootmobiel en al, een groot huis binnen. “Gelukkig met brede deuren,” lacht ze. Ferry: “We kregen wat te drinken. Het was zo leuk.”

De winter is niet echt hun seizoen. Te koud en te stil naar hun smaak. Maar zodra het weer beter wordt, willen ze er weer op uittrekken. Corry: “We gaan van de zomer weer lekker veel op pad.” Tot die tijd tekenen ze, drinken een bakkie koffie of gaan naar het dorpshuis. Ferry: “Ik voelde me vaak eenzaam. Nu app ik haar gewoon, ze snapt wat ik doormaak. Het gaat vanzelf.” Dat is precies wat een goede match doet.

Een sociaal netwerk
Coördinator Rianne had het dus goed gezien, een half jaar geleden. Er is een echte vriendschap ontstaan. Corry: “Ik heb vriendinnen, maar die werken allemaal en hebben volle weekenden. Het is logisch, maar iedereen is druk. Door de uitstapjes met Ferry naar het dorpshuis heb ik zelf ook meer mensen leren kennen.” Ferry knikt: “Weet je wat het is? Je wilt zelf ook je kinderen niet met alles belasten. Ze kunnen niet altijd met me mee. Ze hebben hun eigen, drukke leven. Dan is het fijn als je meer mensen in je leven hebt. Een eigen sociaal netwerk. Met Corry heb ik dat nu. Zij luistert echt. Corry is daarbij altijd opgewekt en vraagt meteen hoe het met me gaat. Dat is zo fijn, iemand die echt belangstelling heeft.”

Raad je Handjehelpen aan?
“Dit hebben we wel aan Rianne te danken,” zegt Corry. “Die heeft het goed gedaan. En ze blijft ook betrokken. We vinden haar - en Handjehelpen – top!” Dus op de vraag of ze Handjehelpen zouden aanbevelen, antwoorden ze tegelijk en zonder aarzeling: “Doen!”

Word ook vrijwilliger

 Terug